other
beide, allebei
A1
beide betekent ‘beide’ of ‘allebei’ en werkt als bepaald lidwoordachtig woord of voornaamwoord voor twee elementen. Het komt alleen in het meervoud voor en past zich aan de naamval aan: beide Kinder, mit beiden Freunden. Kan voor een zelfstandig naamwoord staan of zelfstandig gebruikt worden.
Voorbeelden
Beide Bewerber hatten gute Zeugnisse, sodass das Unternehmen sich entschied, ein zusätzliches Gespräch zu führen.
Beide kandidaten hadden goede referenties, zodat het bedrijf besloot een extra gesprek te voeren.
Beide sind eingeladen.
Beiden zijn uitgenodigd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je twee identieke objecten naast elkaar voor met het label «beide» (allebei).
Denk aan «bide» (blijven) — beide blijven samen.
Opmerkingen
«Beide» wordt gebruikt voor twee dingen/personen. Het gedraagt zich in gebruik als een determinator/pronomen.