other
alleen, in zijn eentje, solitair
A1
alleine is een variant van allein en betekent „alleen” of „in je eentje”. Het kan als bijvoeglijk naamwoord of bijwoord gebruikt worden. De vorm alleine komt vaker voor in spreektaal en informele schrijftaal; allein klinkt formeler.
Voorbeelden
Als Maria alleine blieb, arbeitete sie konzentrierter, weil niemand sie störte.
Toen Maria alleen bleef, werkte ze geconcentreerder, omdat niemand haar stoorde.
Ich wohne alleine in der kleinen Wohnung.
Ik woon alleen in het kleine appartement.
Er hat die Aufgabe alleine gemacht.
Hij heeft de taak alleen gedaan.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een enkele persoon voor die alleen op een eiland staat.
Klinkt als het Engelse «alone».
Opmerkingen
Wordt zowel attributief als adverbiaal gebruikt; «allein» en «alleine» zijn in het moderne Duits vaak uitwisselbaar.