other
ja
A1
ja betekent in de eerste plaats ‘ja’ als bevestigend antwoord. Daarnaast werkt het als modale partikel om verbazing, nadruk of vanzelfsprekendheid uit te drukken: Das ist ja schön. Heel gebruikelijk in spreektaal. Als partikel is het onbeklemtoond.
Voorbeelden
Ja, ich komme morgen.
Ja, ik kom morgen.
Der Minister sagte ja, dass die Reform nötig war, weil die Wirtschaft sich erholen musste.
De minister zei inderdaad dat de hervorming nodig was, omdat de economie moest herstellen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat iemand knikt en een kort «ya» zegt om in te stemmen.
Klinkt als het Engelse informele «ya» (spreektaal voor ja).
Opmerkingen
De invoer had in de bron een lege woordsoort. Functioneel is «ja» een bevestiging/antwoord (tussenwerpsel/bijwoord).