preposition
bij, aan, in de buurt van
A1
bei is een voorzetsel dat altijd de datief regeert. Het betekent onder meer ‘bij’, ‘bij iemand thuis’, ‘aan’ of ‘in de buurt van’, afhankelijk van de context: bei der Freundin, bei der Arbeit, bei Regen. Het drukt plaats, nabijheid of verbondenheid uit, nooit de accusatief.
Voorbeelden
Das Geschäft liegt bei der Kirche.
De winkel ligt bij de kerk.
Er arbeitet bei einer großen Firma.
Hij werkt bij een groot bedrijf.
Ich bin bei meiner Freundin.
Ik ben bij mijn vriendin.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een locatiepin voor met «bei» naast een huis, wat «bij iemand thuis» aangeeft.
Klinkt als het Engelse «by» — beide geven nabijheid aan.
Opmerkingen
Regeert de datief. Wordt gebruikt voor locatie («bij, bij iemand») en affiliatie («bij, voor»).