verb
zich ergeren, opwinden, irriteren
A2
aufregen is een scheidbaar werkwoord. In de wederkerige vorm sich aufregen betekent het ‘zich opwinden’, ‘zich ergeren’; zonder wederkerigheid betekent het ‘iemand opwinden/irriteren’. Zwak werkwoord, perfect: aufgeregt met haben. Het wederkerig voornaamwoord verandert de betekenis.
Voorbeelden
Ich rege mich nicht auf.
Ik raak niet van streek.
Ich rege mich schnell über Kleinigkeiten auf.
Ik raak snel van streek om kleinigheden.
Die laute Musik regt ihn immer auf.
The loud music always upsets him.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een drukmeter voor met ‘auf’ erop die stijgt totdat iemand begint te ‘reg’ (razen) — de wijzer knalt eruit en de persoon raakt opgefokt.
Denk aan ‘off’ + ‘rage’ — ‘auf’ klinkt een beetje als ‘off’ en ‘regen’ als ‘rage’: iemand die boos wordt gaat als het ware ‘off’.
Opmerkingen
aufregen wordt vaak wederkerend gebruikt (sich aufregen = zich opwinden, zich ergeren). Niet-wederkerig gebruik is transitief (etwas regt jemanden auf = iets ergert iemand). Het is een scheidbaar werkwoord: in hoofdzinnen gaat het voorvoegsel ‘auf’ naar het einde (ich rege mich auf).