verb
opschrijven, noteren
B1
aufschreiben is een scheidbaar en onregelmatig werkwoord dat ‘opschrijven’ of ‘noteren’ betekent. Het perfectum vormt het met haben: hat aufgeschrieben. Verleden tijd: schrieb auf; voltooid deelwoord: aufgeschrieben. Niet-reflexief. Veel gebruikt voor notities, lijsten en het vastleggen van informatie.
Voorbeelden
Kannst du das für mich aufschreiben?
Kun je dat voor me opschrijven?
Ich schreibe die Telefonnummer auf.
Ik schrijf het telefoonnummer op.
Ich schreibe mir die wichtigen Punkte auf.
Ik schrijf de belangrijke punten op.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je een papier ‘op’ een klembord plakt en erop schrijft — ‘auf’ (op) + ‘schreiben’ (schrijven).
Denk aan ‘off-scribe-en’ — ‘aufschreiben’ klinkt een beetje als ‘off scribe’, dus iets opschrijven.
Opmerkingen
Scheidbaar werkwoord: in hoofdzinnen gaat het voorvoegsel ‘auf’ naar het einde (ich schreibe auf). Het voltooid deelwoord is ‘aufgeschrieben’ en het gebruikt ‘haben’.