verb
wensen, verlangen
A2
wünschen: regelmatig werkwoord met de betekenis ‘wensen’, ‘verlangen’ of iemand iets toewensen. Vaak in uitdrukkingen als jemandem etwas wünschen. Perfekt met haben; voltooid deelwoord: gewünscht. Niet-reflexief.
Voorbeelden
Ich wünsche dir alles Gute zum Geburtstag.
Ik wens je het allerbeste voor je verjaardag.
Viele Menschen wünschen sich mehr Freizeit.
Veel mensen verlangen naar meer vrije tijd.
Ich habe mir das gewünscht.
Ik heb dat gewenst.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je kaarsjes uitblaast en een wens doet («wünschen»).
klinkt als «wish» (wünschen = wish).
niet van toepassing