verb
opstijgen, opnemen, afhalen
B1
abheben betekent vooral ‘opstijgen’ (van een vliegtuig), ‘geld opnemen’ en ook ‘de telefoon opnemen’. Het is een scheidbaar en sterk werkwoord: Präteritum hob ab, voltooid deelwoord abgehoben. In het perfectum gebruik je haben. In vervoegde vormen staat ab- los: er hebt ab.
Voorbeelden
Ich hebe Geld am Automaten ab.
Ik haal geld uit de geldautomaat.
Das Flugzeug hob ab, obwohl das Wetter schlecht war.
Het vliegtuig steeg op, hoewel het weer slecht was.
Er hob Geld vom Konto ab.
Hij heeft geld van de rekening opgenomen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een vliegtuig voor dat loskomt van de grond: het „heft op” — abheben = opstijgen / van de grond loskomen.
Klinkt als „up-heave-en” — stel je iets voor dat omhoog wordt geheven (opstijgt).
Opmerkingen
«Abheben» is een scheidbaar werkwoord (ab-heben). Het heeft meerdere veelvoorkomende betekenissen: opstijgen (vliegtuig), geld opnemen of de telefoon opnemen. De context bepaalt de betekenis.