Abitur

noun
Abitur, Duits eindexamen
B1

Abitur is het Duitse eindexamen van het secundair onderwijs, ongeveer vergelijkbaar met het eindexamen of A-levels. Het woord kan zowel het examen als het diploma betekenen. Onzijdig: das Abitur. Veelgebruikte uitdrukkingen: das Abitur machen / haben. Meervoud: Abiture.

Voorbeelden

Meine Tochter hat gerade Abitur gemacht.
Mijn dochter is net geslaagd voor haar eindexamen.
Sie hat ihr Abitur letztes Jahr gemacht.
Ze heeft vorig jaar haar eindexamen gehaald.
Viele Familien feierten das bestandene Abitur, als die Ergebnisse veröffentlicht wurden.
Veel families vierden het behalen van het Abitur toen de resultaten werden bekendgemaakt.

Details

MeervoudAbiture

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Abiturdie Abiture
genitivedes Abitursder Abiture
dativedem Abiturden Abituren
accusativedas Abiturdie Abiture

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een diploma voor met «Abitur» erop gestempeld; dat diploma is «das Abitur».
⚧️Denk aan «das» als aan «het diploma in een doos» — Abitur is onzijdig «das».

Opmerkingen

«Das Abitur» verwijst naar het eindexamen van de middelbare school in Duitsland en de behaalde kwalificatie. Het wordt vaak zonder meervoud gebruikt, maar «Abiture» of «Abituren» kunnen voorkomen.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek