verb
afhangen van, rondhangen, hangen
B1
abhängen is een scheidbaar werkwoord met twee hoofdbetekenissen: 1) „afhangen van” — es hängt von dir ab, met von + datief; 2) informeel „rondhangen / chillen met vrienden”. Perfekt: hat abgehangen; Präteritum: hing ab.
Voorbeelden
Nach der Schule hängen die Jugendlichen oft im Park ab.
Na school hangen de jongeren vaak in het park rond.
Nach dem Training hingen die Jugendlichen im Park ab, obwohl die Eltern wollten, dass sie nach Hause gingen.
Na de training hingen de jongeren in het park rond, hoewel de ouders wilden dat ze naar huis gingen.
Ob wir gehen, hängt vom Wetter ab.
Of we gaan, hangt af van het weer.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je vrienden voor die onder een boom rondhangen — ze «abhängen».
Klinkt als «up-hang-in» — stel je iets voor dat aan iets anders hangt (ervan afhangt).
Opmerkingen
«abhängen» is scheidbaar (hängt ab). Veelvoorkomende betekenissen: «abhängen von» = afhangen van; informeel «abhängen» = rondhangen. Context en voorzetsels zijn belangrijk. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.