abhängen

verb
afhangen van, rondhangen, hangen
B1

abhängen is een scheidbaar werkwoord met twee hoofdbetekenissen: 1) „afhangen van” — es hängt von dir ab, met von + datief; 2) informeel „rondhangen / chillen met vrienden”. Perfekt: hat abgehangen; Präteritum: hing ab.

Voorbeelden

Nach der Schule hängen die Jugendlichen oft im Park ab.
Na school hangen de jongeren vaak in het park rond.
Nach dem Training hingen die Jugendlichen im Park ab, obwohl die Eltern wollten, dass sie nach Hause gingen.
Na de training hingen de jongeren in het park rond, hoewel de ouders wilden dat ze naar huis gingen.
Ob wir gehen, hängt vom Wetter ab.
Of we gaan, hangt af van het weer.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarJa
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
StamveranderingenPräteritum: häng- → hing-; Partizip II: abgehangen

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es hängt ab
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es hing ab
Perfekter/sie/es hat abgehangen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je vrienden voor die onder een boom rondhangen — ze «abhängen».
👂Klinkt als «up-hang-in» — stel je iets voor dat aan iets anders hangt (ervan afhangt).

Opmerkingen

«abhängen» is scheidbaar (hängt ab). Veelvoorkomende betekenissen: «abhängen von» = afhangen van; informeel «abhängen» = rondhangen. Context en voorzetsels zijn belangrijk. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek

ichhänge ab
duhängst ab
er/sie/eshängt ab
wirhängen ab
ihrhängt ab
sie/Siehängen ab
ichhänge ab
duhangest ab
er/sie/eshänge ab
wirhängen ab
ihrhanget ab
sie/Siehängen ab
ichwürde abhängen
duwürdest abhängen
er/sie/eswürde abhängen
wirwürden abhängen
ihrwürdet abhängen
sie/Siewürden abhängen
duHäng ab!
ihrHängt ab!
SieHängen ab!