nähern

verb
naderen, zich naderen
B1

nähern betekent ‘naderen, dichterbij komen’. Het wordt meestal reflexief gebruikt: sich nähern, met een datief, bv. sich dem Ziel nähern. Het is een zwak, niet-scheidbaar werkwoord met haben; voltooid deelwoord: genähert.

Voorbeelden

Er näherte sich dem Haus.
Hij naderde het huis.
Wir nähern uns dem Bahnhof.
We naderen het treinstation.
Die Boote näherten sich dem Hafen, nachdem der Nebel sich gelichtet hatte.
De boten naderden de haven nadat de mist was opgetrokken.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es nähert
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es näherte
Perfekter/sie/es hat genähert

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je twee mensen voor die dichter naar elkaar toe bewegen totdat ze elkaar «nähern».
👂denk aan «near-hern» — dicht bij iemand komen.

Opmerkingen

Wordt vaak wederkerend gebruikt: sich nähern (naderen, dichterbij komen). Het kan in sommige contexten ook niet-wederkerend voorkomen, maar meestal is het wederkerend. | Passieve vormen zijn doorgaans niet van toepassing op wederkerende/intransitieve werkwoorden zoals «sich nähern».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichnähere
dunäherst
er/sie/esnähert
wirnähern
ihrnähert
sie/Sienähern
ichnähere
dunäherest
er/sie/esnähere
wirnähern
ihrnähret
sie/Sienähern
ichwürde nähern
duwürdest nähern
er/sie/eswürde nähern
wirwürden nähern
ihrwürdet nähern
sie/Siewürden nähern
dunähere!
ihrnäht!
Sienähern!