verb
vasthouden, vasthouden aan, noteren, vastleggen
B1
festhalten betekent ‘stevig vasthouden’ of ‘tegenhouden’, maar ook ‘vastleggen’ of ‘noteren’. Het is een scheidbaar werkwoord: festhalten. Perfect: ich habe festgehalten. Onregelmatig, zoals halten.
Voorbeelden
Er hielt sich am Seil fest.
Hij hield zich stevig vast aan het touw.
Der Reporter hielt die wichtigsten Zitate fest.
De verslaggever noteerde de belangrijkste цитaten.
Sie hat die Erinnerungen festgehalten.
Ze heeft de herinneringen bewaard.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je een touw stevig vastklemt (vasthouden) en er daarna een briefje aan vastspelt (noteren).
Denk aan ‘fast hold’ — ‘fest’ klinkt als ‘fast’, en ‘halten’ als ‘hold’.
Opmerkingen
Scheidbaar werkwoord: in hoofdzin met persoonsvorm gaat het voorvoegsel «fest» naar het einde (ich halte fest). Kan zowel fysiek vasthouden als iets documenteren/registreren betekenen.