verb
vertrekken, wegrijden
A1
abfahren betekent ‘vertrekken’ of ‘wegrijden’ met een voertuig. Het is een scheidbaar sterk werkwoord: du fährst ab, Präteritum fuhr ab, Partizip II abgefahren. Perfekt met sein: bin abgefahren. Niet reflexief. In hoofdzinnen scheidt het voorvoegsel ab- zich af.
Voorbeelden
Wir sind schon abgefahren.
We zijn al vertrokken.
Ich fahre jeden Morgen mit dem Fahrrad zur Arbeit ab.
Ik fiets elke ochtend naar mijn werk.
Wir müssen bald abfahren, sonst verpassen wir den Bus.
We moeten binnenkort vertrekken, anders missen we de bus.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een trein voor die van een perron met het label 'ab' wegrijdt.
ab- + 'fahren' -> denk aan 'off' + 'rijden' = 'wegrijden'
n/a
Opmerkingen
Scheidbaar werkwoord: het voorvoegsel 'ab' scheidt zich in hoofdzin ('Der Zug fährt ab'). Bewegingswerkwoord dat 'sein' als hulpwerkwoord gebruikt in de voltooide tijd: 'ist abgefahren'. | Onovergankelijk bewegingswerkwoord; blokken voor persoonlijke passiefvervoeging zijn niet van toepassing.