abfahren

verb
vertrekken, wegrijden
A1

abfahren betekent ‘vertrekken’ of ‘wegrijden’ met een voertuig. Het is een scheidbaar sterk werkwoord: du fährst ab, Präteritum fuhr ab, Partizip II abgefahren. Perfekt met sein: bin abgefahren. Niet reflexief. In hoofdzinnen scheidt het voorvoegsel ab- zich af.

Voorbeelden

Wir sind schon abgefahren.
We zijn al vertrokken.
Ich fahre jeden Morgen mit dem Fahrrad zur Arbeit ab.
Ik fiets elke ochtend naar mijn werk.
Wir müssen bald abfahren, sonst verpassen wir den Bus.
We moeten binnenkort vertrekken, anders missen we de bus.

Details

Hulpwerkwoordsein
ScheidbaarJa
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
Stamveranderingenfähr- in du/er (fahre -> fähr-), präteritum stem fuhr-

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es fährt ab
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es fuhr ab
Perfekter/sie/es ist abgefahren

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een trein voor die van een perron met het label 'ab' wegrijdt.
👂ab- + 'fahren' -> denk aan 'off' + 'rijden' = 'wegrijden'
⚧️n/a

Opmerkingen

Scheidbaar werkwoord: het voorvoegsel 'ab' scheidt zich in hoofdzin ('Der Zug fährt ab'). Bewegingswerkwoord dat 'sein' als hulpwerkwoord gebruikt in de voltooide tijd: 'ist abgefahren'. | Onovergankelijk bewegingswerkwoord; blokken voor persoonlijke passiefvervoeging zijn niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichfahre ab
dufährst ab
er/sie/esfährt ab
wirfahren ab
ihrfahrt ab
sie/Siefahren ab
ichfahre ab
dufahrest ab
er/sie/esfahre ab
wirfahren ab
ihrfahret ab
sie/Siefahren ab
ichwürde abfahren
duwürdest abfahren
er/sie/eswürde abfahren
wirwürden abfahren
ihrwürdet abfahren
sie/Siewürden abfahren
duFahr ab!
ihrFahrt ab!
SieFahren ab!