verb
aankomen, arriveren
A1
ankommen betekent ‘aankomen’ of ‘arriveren’: een bestemming bereiken. Het is een scheidbaar sterk werkwoord: ich komme an, Präteritum kam an, Partizip II angekommen. Perfekt met sein: ich bin angekommen. Niet reflexief. Heel gebruikelijk bij aankomst.
Voorbeelden
Als die Gäste ankamen, wurde das Essen schon serviert.
Toen de gasten aankwamen, was het eten al geserveerd.
Der Zug kommt um 18 Uhr an.
De trein komt om 18.00 uur aan.
Wann kommst du an?
Wanneer kom je aan?
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een trein voor die op het station aankomt met een bordje 'Ankunft' (aankomst).
an + kommen = naar iets toe komen (aankomen)
Opmerkingen
'ankommen' gebruikt normaal 'sein' als hulpwerkwoord in de voltooide tijden (ich bin angekommen). Voltooid deelwoord: angekommen. | Onovergankelijk bewegingswerkwoord; blokken voor persoonlijke passiefvervoeging zijn niet van toepassing.