noun
vertrek
A1
Abfahrt (die Abfahrt, meervoud Abfahrten) betekent ‘vertrek’, vooral van treinen, bussen of voertuigen. Ook gebruikt voor het begin van een reis of afdaling. Veelvoorkomende combinaties: Abfahrt um + tijd, Abfahrt von/zu/nach. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord, regelmatige verbuiging.
Voorbeelden
Viele Fahrgäste blieben am Bahnsteig, weil die Abfahrt des Zuges verspätet war.
Veel passagiers bleven op het perron omdat het vertrek van de trein was vertraagd.
Die Abfahrt des Busses ist in zehn Minuten.
Het vertrek van de bus is over tien minuten.
Uns bleiben noch zwanzig Minuten bis zur Abfahrt.
We hebben nog twintig minuten tot vertrek.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een bord op een station voor met ‘Abfahrt’ boven de sporen.
Abfahrt ~ ‘off-start’ (vertrek).
die — veel -fahrt-woorden zijn vrouwelijk (die Fahrt)
Opmerkingen
« Abfahrt » komt vaak voor op dienstregelingen en stationsborden.