Abfall

noun
afval, vuilnis, rommel
B1

„Abfall” betekent „afval” of „vuilnis” en verwijst naar weg te gooien resten. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; meervoud: Abfälle. Komt vaak voor in samenstellingen zoals Hausmüll of Bioabfall. Veel gebruikt in het dagelijks leven, bij afvalscheiding en recycling.

Voorbeelden

Der Abfall wurde gestern abgeholt.
Het afval werd gisteren opgehaald.
Bitte trenne deinen Abfall in Papier und Plastik.
Scheid je afval alstublieft in papier en plastic.
Werfen Sie den Bioabfall bitte nicht in den normalen Müll.
Gooi het GFT-afval alstublieft niet in het gewone afval.

Details

MeervoudAbfälle

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Abfalldie Abfälle
genitivedes Abfallsder Abfälle
dativedem Abfallden Abfällen
accusativeden Abfalldie Abfälle

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een bak voor die overloopt met etensresten en verpakkingen met het label «Abfall».
👂Klinkt een beetje als Engels «offal» — beide gaan over restjes/weggooien (maar de betekenis is anders).
⚧️Der Abfall — «der» zoals bij andere mannelijke alledaagse woorden, bv. «der Müll».

Opmerkingen

Heel gewoon woord voor afval; vaak uitwisselbaar met «Müll», maar «Abfall» is iets formeler/collectiever.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek