noun
avontuur
B1
Abenteuer is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘avontuur’: een spannende, riskante of bijzondere ervaring. Meervoud gelijk aan het enkelvoud: die Abenteuer. Genitief enkelvoud: des Abenteuers. Veel gebruikt in verhalen, reizen en figuurlijk taalgebruik.
Voorbeelden
Die Kinder lieben Abenteuergeschichten.
Kinderen houden van avonturenverhalen.
Unser Urlaub war ein tolles Abenteuer.
Onze vakantie was een geweldig avontuur.
Das Abenteuer begann, als sie den Zug verfehlten.
Het avontuur begon toen ze de trein misten.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand met een rugzak voor die op weg gaat naar een spannend avontuur.
Klinkt als het Engelse «adventure» (beide beginnen met «ad-»).
das Abenteuer — onthoud het onzijdige «das» door een neutrale, lege schatkist voor te stellen.
Opmerkingen
Het meervoud is meestal gelijk aan het enkelvoud (die Abenteuer). Kan zowel een spannende ervaring als een riskante onderneming betekenen; vaak gebruikt in verhalen en reiscontexten.