noun
herbergier, gastheer
B1
mannelijk zelfstandig naamwoord: der Wirt betekent waard, uitbater of gastheer van een café, herberg of restaurant. Meervoud: die Wirte. Regelmatige verbuiging: des Wirts, dem Wirt. Veelgebruikt in horeca en soms ook voor de gastheer van een evenement.
Voorbeelden
Der Wirt begrüßte die Gäste und öffnete die Kneipe.
De herbergier begroette de gasten en opende de kroeg.
Der Wirt ist freundlich.
De herbergier is vriendelijk.
Als Wirt des Gasthauses kümmerte er sich um das Wohl der Besucher.
Als herbergier van de herberg zorgde hij voor het welzijn van de bezoekers.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een man voor achter de bar van een café met een handdoek over zijn schouder — dat is de Wirt (herbergier).
Klinkt een beetje als het Engelse «hurt» — stel je iemand voor die druk bezig is een café te runnen en een beetje pijn heeft van het harde werk: de Wirt.
Mannelijk zelfstandig naamwoord: denk aan «der Wirt» — stel je voor dat je hem aanspreekt als «meneer» om der te onthouden.
Opmerkingen
Wirt verwijst vaak naar iemand die een herberg, café of pension runt. De vrouwelijke vorm is Wirtin. In sommige contexten kan Wirt ook een gastheer in ruimere zin betekenen.