Einfall

noun
idee, inval, plotseling idee
B1

Einfall (m.) betekent vooral ‘idee’, ‘inval’ of ‘plotselinge ingeving’. Het meervoud is Einfälle, met umlaut. Veelgebruikte combinatie: einen Einfall haben. Het is een regelmatig mannelijk zelfstandig naamwoord, behalve de klinkerverandering in het meervoud. Vaak in alledaags taalgebruik.

Voorbeelden

Ihr spontaner Einfall, die Reise zu verschieben, rettete uns viel Geld.
Haar spontane idee om de reis uit te stellen heeft ons veel geld bespaard.
Sein Einfall, das Projekt sofort zu stoppen, überraschte das ganze Team.
Zijn idee om het project meteen stop te zetten, verraste het hele team.
Der Vorschlag war ein guter Einfall, weil er Zeit und Geld sparen konnte.
Het voorstel was een goed idee, omdat het tijd en geld kon besparen.

Details

MeervoudEinfälle

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Einfalldie Einfälle
genitivedes Einfallsder Einfälle
dativedem Einfallden Einfällen
accusativeden Einfalldie Einfälle

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een gloeilamp voor die van bovenaf in je brein ‘valt’ wanneer je een Einfall krijgt.
👂Klinkt als ‘in-fall’ — stel je een idee voor dat in je hoofd valt.
⚧️Der Einfall — stel je een mannelijke uitvinder (‘der’) voor die een idee krijgt, met een hoed.

Opmerkingen

«Einfall» verwijst vaak naar één, vaak plotseling idee of ingeving (vergelijk met «Idee», dat neutraler kan zijn). Meervoud: «Einfälle». Let op uitdrukkingen zoals «auf einen Einfall kommen» (op een idee komen).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek