adjective
wakker, alert
A2
wach is een bijvoeglijk naamwoord en betekent „wakker” of „alert”. Het is trapbaar: wacher, am wachsten. Je gebruikt het predicatief of attributief. Tegenstellingen: müde, schlafend. Veelgebruikt om iemands waaktoestand te beschrijven.
Voorbeelden
Er ist sehr wach und aufmerksam im Unterricht.
Hij is erg alert en aandachtig in de klas.
Der Patient war wach, obwohl die Operation bereits begonnen hatte.
De patiënt was wakker, hoewel de operatie al was begonnen.
Ich bin schon seit fünf Uhr wach.
Ik ben al sinds vijf uur wakker.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je grote open ogen voor die vroeg in de ochtend naar een klok staren.
Denk aan 'watch' — als je wakker bent, kijk je naar dingen.
Opmerkingen
Kan gewoon betekenen: 'niet slapend' of 'mentaal alert'.