Plan

noun
plan, kaart, plattegrond
A1

Plan is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Plan, meervoud die Pläne. Betekent vooral een plan, project of schema, soms ook een kaart of tekening. Genitief: des Plans; datief meervoud: den Plänen. Het meervoud krijgt een umlaut.

Voorbeelden

Auf dem Stadtplan ist die Route eingezeichnet.
De route staat op de stadsplattegrond aangegeven.
Hast du einen Plan für das Wochenende?
Heb je een plan voor het weekend?
Wir haben einen genauen Plan für das Wochenende.
We hebben een precies plan voor het weekend.

Details

MeervoudPläne

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Plandie Pläne
genitivedes Plansder Pläne
dativedem Planden Plänen
accusativeden Plandie Pläne

Ezelsbruggetjes

👁️Visualiseer een blad met de titel 'Plan' en een lijst met stappen.
👂Klinkt als 'plan' in het Engels — dezelfde betekenis.
⚧️der (mannelijk): stel je een man voor die het plan op een bord tekent.

Opmerkingen

Gewoon woord voor plannen en schema’s; in samenstellingen kan het kaart betekenen (Stadtplan).

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek