noun
plan, kaart, plattegrond
A1
Plan is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Plan, meervoud die Pläne. Betekent vooral een plan, project of schema, soms ook een kaart of tekening. Genitief: des Plans; datief meervoud: den Plänen. Het meervoud krijgt een umlaut.
Voorbeelden
Auf dem Stadtplan ist die Route eingezeichnet.
De route staat op de stadsplattegrond aangegeven.
Hast du einen Plan für das Wochenende?
Heb je een plan voor het weekend?
Wir haben einen genauen Plan für das Wochenende.
We hebben een precies plan voor het weekend.
Details
Ezelsbruggetjes
Visualiseer een blad met de titel 'Plan' en een lijst met stappen.
Klinkt als 'plan' in het Engels — dezelfde betekenis.
der (mannelijk): stel je een man voor die het plan op een bord tekent.
Opmerkingen
Gewoon woord voor plannen en schema’s; in samenstellingen kan het kaart betekenen (Stadtplan).