Auto

noun
auto, wagen
A1

Auto is een veelgebruikt, informeel woord voor ‘auto’ of ‘wagen’. Het is onzijdig: das Auto, meervoud Autos. De verbuiging is regelmatig: des Autos, die Autos. In formelere contexten gebruikt men vaker Pkw of Wagen.

Voorbeelden

Das Auto steht vor dem Haus.
De auto staat voor het huis.
Die Polizei untersuchte das Auto, das nach dem Unfall stark beschädigt war.
De politie onderzocht de auto die na het ongeluk zwaar beschadigd was.
Wir kaufen ein neues Auto.
We kopen een nieuwe auto.

Details

MeervoudAutos

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Autodie Autos
genitivedes Autosder Autos
dativedem Autoden Autos
accusativedas Autodie Autos

Ezelsbruggetjes

👁️stel je een kleine auto voor met ‘Auto’ op de deur
⚧️das Auto — stel je een neutraal bordje (das) op een autosleutel voor

Opmerkingen

Auto is een verkorting van Automobil. Het meervoud is meestal ‘Autos’.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek