adjective
vol, gevuld, compleet
A2
voll betekent meestal ‘vol’ of ‘helemaal/volledig’. Het is een regelmatig, trapbaar bijvoeglijk naamwoord met comparatief voller en superlatief am vollsten. Tegenovergestelde: leer. Geen speciale prepositie of wederkerige vorm. Heel gebruikelijk in spreek- en schrijftaal.
Voorbeelden
Das Glas ist voll.
Het glas is vol.
Das Restaurant war voll, weil viele Gäste das Wochenendmenü ausprobierten.
Het restaurant was vol omdat veel gasten het weekendmenu probeerden.
Details
Ezelsbruggetjes
een kopje tot de rand gevuld, een beetje overlopend
klinkt als ‘vol’ in ‘volume’ — denk aan maximale capaciteit
Opmerkingen
Wordt zowel letterlijk gebruikt (een volle container) als figuurlijk (een volle agenda).