voll

adjective
vol, gevuld, compleet
A2

voll betekent meestal ‘vol’ of ‘helemaal/volledig’. Het is een regelmatig, trapbaar bijvoeglijk naamwoord met comparatief voller en superlatief am vollsten. Tegenovergestelde: leer. Geen speciale prepositie of wederkerige vorm. Heel gebruikelijk in spreek- en schrijftaal.

Voorbeelden

Das Glas ist voll.
Het glas is vol.
Das Restaurant war voll, weil viele Gäste das Wochenendmenü ausprobierten.
Het restaurant was vol omdat veel gasten het weekendmenu probeerden.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapvoller
Overschrijvende trapam vollsten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️een kopje tot de rand gevuld, een beetje overlopend
👂klinkt als ‘vol’ in ‘volume’ — denk aan maximale capaciteit

Opmerkingen

Wordt zowel letterlijk gebruikt (een volle container) als figuurlijk (een volle agenda).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek