adjective
droog, gedroogd
A2
trocken betekent ‘droog’ of ‘zonder vocht’; in sommige contexten ook ‘gedroogd’. Het is een regelmatig, trapbaar bijvoeglijk naamwoord: trockener, am trockensten. Tegenstellingen: nass, feucht. Veel gebruikt voor weer, oppervlakken en voedsel.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Keller blieb trocken, obwohl der Regen so stark war, dass das Wasser in der Straße stand.
De kelder bleef droog, hoewel de regen zo hevig was dat het water op straat stond.
Die getrockneten Tomaten sind länger haltbar und sehr trocken.
De gedroogde tomaten zijn langer houdbaar en erg droog.
Die Wäsche ist heute draußen trocken.
De was droogt vandaag buiten.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een bruinig, uitgedroogd landschap voor met het label ‘trocken’, als een droge woestijn
klinkt als ‘trock’ ~ ‘rock’ (droog als een rots)
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt vaak gebruikt voor omstandigheden (droog weer) en voor voedsel (gedroogd). Kan ook figuurlijk gebruikt worden (droge humor).