noun
voltijd, voltijds
B1
Vollzeit betekent ‘voltijd’ of ‘fulltime’, dus werken met het volledige normale aantal uren. Als zelfstandig naamwoord: die Vollzeit; meervoud Vollzeiten. Veelgebruikte combinatie: in Vollzeit arbeiten. Ook in samenstellingen zoals Vollzeitstelle. Heel gebruikelijk in vacatures en contracten.
Voorbeelden
Die Angestellte arbeitete nicht mehr in Vollzeit, als das Kind geboren wurde, weil die Betreuung schwierig war.
De werkneemster werkte niet meer voltijds toen het kind werd geboren, omdat de opvang moeilijk was.
Ich arbeite Vollzeit.
Ik werk fulltime.
Er sucht eine Vollzeitstelle in einer Firma in der Stadt.
Hij zoekt een fulltimebaan bij een bedrijf in de stad.
Details
Ezelsbruggetjes
die (vrouwelijk) — stel je een contract voor met een stempel 'VOLLZEIT' op een bureau en een roze 'die'-sticker om het vrouwelijke lidwoord te onthouden.
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt in samenstellingen zoals « Vollzeitstelle » (voltijdfunctie). Kan functioneren als zelfstandig naamwoord met de betekenis voltijdswerk.