noun
vitamine
B1
Vitamin is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Vitamin, meervoud die Vitamine. Het betekent vitamine, een voedingsstof die in kleine hoeveelheden nodig is. Genitief: des Vitamins. Veel gebruikt in gezondheids- en voedingsteksten, bv. Vitamin C.
Voorbeelden
Ich nehme Vitamine.
Ik neem vitamines.
Der Arzt empfahl dem Patienten Vitamin C, weil seine Ernährung nicht ausreichend war.
De arts raadde de patiënt vitamine C aan, omdat zijn voeding niet toereikend was.
Ich nehme jeden Morgen ein Vitamin.
Ik neem elke ochtend een vitamine.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klein pilletje voor met het label 'Vita', dat straalt als een klein zonnetje — een vitamine geeft energie.
Klinkt als 'vital-min' — denk aan 'vitaal' om te onthouden dat het belangrijk is voor de gezondheid.
das (onzijdig) — stel je een neutraal grijs pillendoosje voor met 'das' erop om 'das Vitamin' te onthouden.
Opmerkingen
Meervoud meestal «Vitamine». Veelvoorkomende combinaties: «vitamine C», «vitaminetekort» (Vitaminmangel). In het Duits uitgesproken als [ˈviːtamiːn].