noun
vogel
A2
Vogel betekent vogel. Mannelijk zelfstandig naamwoord: der Vogel, meervoud die Vögel met umlaut. Genitief enkelvoud: des Vogels. Gewoon woord voor het dier; geen vaste prepositie.
Voorbeelden
Der Vogel singt schön.
De vogel zingt mooi.
Im Park sahen die Kinder einen Vogel, der auf einem Ast saß, bevor er wieder wegflog.
In het park zagen de kinderen een vogel die op een tak zat voordat hij weer wegvloog.
Der Vogel sitzt auf dem Ast und singt.
De vogel zit op de tak en zingt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kleurrijke vogel voor die op een tak in de vorm van een ‘V’ zit.
Denk aan ‘vogue’ — stel je een modieuze vogel voor.
der — stel je een mannelijke roodborst voor met de naam ‘Der Vogel’ en een klein hoedje.
Opmerkingen
Het meervoud is onregelmatig (Vögel). Wordt vaak gebruikt voor zowel wilde als huisvogels.