adjective
volledig, helemaal, volkomen
B1
völlig betekent ‘volledig’, ‘helemaal’ of ‘volkomen’. Het versterkt een bijvoeglijk naamwoord, bijwoord of deelwoord: völlig klar, völlig überrascht. Het is niet gradabel. Heel gebruikelijk in spreek- en schrijftaal.
Voorbeelden
Der Schüler war völlig überrascht, als der Lehrer die Prüfung ankündigte.
De leerling was totaal verrast toen de leraar het examen aankondigde.
Sie war von der Nachricht völlig überrascht.
Ze was totaal verrast door het nieuws.
Der Kuchen ist völlig fertig.
De cake is helemaal klaar.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een glas voor dat tot de rand gevuld is — het is helemaal vol.
Klinkt als Engels ‘fully’ (völlig ~ fully).
Opmerkingen
völlig wordt vaak als bijwoord gebruikt in de betekenis van ‘volledig/helemaal’ en kan bijvoeglijke naamwoorden, werkwoorden en deelwoorden versterken. Het is een absoluut woord en wordt meestal niet vergeleken.