verbinden

verb
verbinden, koppelen, aansluiten
B1

verbinden betekent verbinden, koppelen of verenigen. Het is een sterk, niet-scheidbaar werkwoord: Präteritum verband, voltooid deelwoord verbunden. Vaak staat het met mit + datief om aan te geven waarmee iets verbonden wordt. Het kan transitief en wederkerend gebruikt worden.

Voorbeelden

Das Kabel verbindet den Drucker mit dem Computer.
De kabel verbindt de printer met de computer.
Sie verband die Wunde.
Ze verbond de wond.
Er hat mich mit dem Chef verbunden.
Hij verbond me door met de baas.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
StamveranderingenStrong verb with preterite stem 'verband' and past participle 'verbunden'.

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es verbindet
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es verband
Perfekter/sie/es hat verbunden

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je twee kabels voor die verbonden worden door een klein bruggetje met het label «verbinden», dat twee eilanden met elkaar verbindt.
👂Denk aan «bind» of «bond» — verbinden = dingen aan elkaar binden/verbinden.

Opmerkingen

Een veelgebruikt werkwoord voor fysieke en abstracte verbindingen. Het is een sterk (onregelmatig) werkwoord met verleden tijd «verband» en voltooid deelwoord «verbunden». Kan reflexief zijn («sich verbinden») voor verbinding maken of zich aansluiten.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichverbinde
duverbindest
er/sie/esverbindet
wirverbinden
ihrverbindet
sie/Sieverbinden
ichwerde verbunden
duwirst verbunden
er/sie/eswird verbunden
wirwerden verbunden
ihrwerdet verbunden
sie/Siewerden verbunden
ichverbinde
duverbindest
er/sie/esverbinde
wirverbinden
ihrverbindet
sie/Sieverbinden
ichwerde verbunden
duwerdest verbunden
er/sie/eswerde verbunden
wirwerden verbunden
ihrwerdet verbunden
sie/Siewerden verbunden
ichwürde verbinden
duwürdest verbinden
er/sie/eswürde verbinden
wirwürden verbinden
ihrwürdet verbinden
sie/Siewürden verbinden
ichwürde verbunden
duwürdest verbunden
er/sie/eswürde verbunden
wirwürden verbunden
ihrwürdet verbunden
sie/Siewürden verbunden
duverbinde!
ihrverbindet!
Sieverbinden!