noun
verbod, verbanning
B1
Verbot is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent „verbod” of „prohibitie”. Veelgebruikte combinaties zijn ein Verbot erlassen/verhängen = een verbod uitvaardigen/opleggen. Genitief: des Verbots; meervoud: Verbote. Vaak in juridische en alledaagse contexten.
Voorbeelden
Das Verbot des Rauchens im Restaurant wurde durchgesetzt.
Het rookverbod in het restaurant werd gehandhaafd.
Es gibt ein Verbot für offenes Feuer im Wald.
Er geldt een verbod op open vuur in het bos.
Viele Besucher ignorierten das Verbot, obwohl die Schilder deutlich waren.
Veel bezoekers negeerden het verbod, hoewel de borden duidelijk waren.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een rood bord met een streep erdoor voor en het woord «Verbot» erop.
Klinkt als «fur-bot» — stel je een robot voor die overal «nee» tegen zegt.
Das Verbot — denk aan «das Gesetz» (wet, onzijdig) om het onzijdige geslacht te onthouden.
Opmerkingen
Verbot is een veelgebruikt juridisch en publiek woord voor verboden en prohibities. In samenstellingen (bijv. «Einreiseverbot») behoudt het de betekenis «verbod».