verb
overhalen, overreden, overtuigen
B1
überreden betekent ‘iemand overhalen’ of ‘iemand ergens toe bewegen’. Het is een zwak, niet-reflexief, overgankelijk werkwoord met haben. Typische constructie: jemanden zu etwas überreden of jemanden dazu überreden, etwas zu tun. Voltooid deelwoord: überredet.
Voorbeelden
Meine Eltern konnten mich nicht überreden.
Mijn ouders konden me niet overhalen.
Sie überredete ihn zum Bleiben.
Ze heeft hem overgehaald om te blijven.
Der Kollege überredete den Chef, die neue Software zu kaufen, obwohl das Budget knapp war.
De collega overtuigde de baas om de nieuwe software te kopen, hoewel het budget krap was.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die over een hek heen praat om de buurman over te halen mee te doen.
Denk aan ‘over-rede(n)’ — ‘rede’ betekent toespraak in het Duits, dus iemand ‘overpraten’ om te overtuigen.
Opmerkingen
Transitief werkwoord dat vaak met een lijdend voorwerp in de accusatief wordt gebruikt (jemanden überreden). Voltooid deelwoord: «überredet».