noun
talent
B1
Talent (o.) betekent ‘talent’, ‘aanleg’ of ‘natuurlijke gave’, en kan ook een getalenteerd persoon aanduiden. Meervoud: Talente. Genitief: des Talents. Neutraal zelfstandig naamwoord met regelmatige verbuiging. Veel gebruikt voor vaardigheden en potentieel.
Voorbeelden
Sie hat ein großes Talent zum Malen.
Ze heeft veel talent voor schilderen.
Er hat viel Talent als Musiker.
Hij heeft veel talent als muzikant.
Der Chef erkannte das Talent der neuen Mitarbeiterin, weil sie selbstständig viele Aufgaben löste.
De baas herkende het talent van de nieuwe medewerkster, omdat ze veel taken zelfstandig uitvoerde.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een glanzende trofee voor met het label „Talent”, uitgereikt aan een jonge muzikant.
Klinkt als het Engelse „talent” — hetzelfde woord, dezelfde betekenis.
das (onzijdig): stel je het woord in een klein doosje (das) voor om het onzijdige geslacht te onthouden.
Opmerkingen
Veelgebruikt synoniem: Begabung. „Talent” wordt vergelijkbaar met het Engels gebruikt en vaak gevolgd door een aanduiding van het vakgebied (bijv. „Talente im Sport”).