tanken

verb
tanken, volgooien, bijtanken
B1

tanken betekent ‘tanken’ of ‘volgooien met brandstof’, vooral bij een auto. Het is een regelmatig werkwoord: voltooid deelwoord getankt, met haben in de voltooide tijden. Niet-reflexief en zonder speciaal voorzetsel. In spreektaal ook figuurlijk: energie opdoen.

Voorbeelden

Der Fahrer tankte das Auto, bevor die lange Fahrt begann, damit er nicht unterwegs stoppen musste.
De bestuurder tankte de auto vol voordat de lange rit begon, zodat hij onderweg niet hoefde te stoppen.
Ich tanke mein Auto.
Ik tank mijn auto vol.
Ich habe das Auto getankt.
Ik heb de auto getankt.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es tankt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es tankte
Perfekter/sie/es hat getankt

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat je een brandstofpistool in een auto steekt en zegt: «time to tank».
👂Klinkt als het Engelse «tank» — denk aan het vullen van de tank van de auto.

Opmerkingen

Wordt vaak gebruikt voor brandstof in een voertuig doen. Gebruikt «getankt» in de voltooide tijd.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichtanke
dutankst
er/sie/estankt
wirtanken
ihrtankt
sie/Sietanken
ichwerde getankt
duwirst getankt
er/sie/eswird getankt
wirwerden getankt
ihrwerdet getankt
sie/Siewerden getankt
ichtanke
dutankest
er/sie/estanke
wirtanken
ihrtanket
sie/Sietanken
ichwerde getankt
duwerdest getankt
er/sie/eswerde getankt
wirwerden getankt
ihrwerdet getankt
sie/Siewerden getankt
ichtankte
dutanktest
er/sie/estankte
wirtankten
ihrtanktet
sie/Sietankten
ichwürde getankt
duwürdest getankt
er/sie/eswürde getankt
wirwürden getankt
ihrwürdet getankt
sie/Siewürden getankt
dutanke!
ihrtankt!
Sietanken!