noun
tankstation, benzinestation
B1
Tankstelle (die) betekent ‘tankstation’ of ‘benzinestation’. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord; meervoud: Tankstellen. Plaats om te tanken en soms kleine aankopen te doen. Regelmatige verbuiging; vaak: zur Tankstelle, an der Tankstelle.
Voorbeelden
Wir halten an der Tankstelle, um das Auto vollzutanken.
We stoppen bij het tankstation om de auto vol te tanken.
Die Tankstelle an der Ecke hat rund um die Uhr geöffnet.
Het tankstation op de hoek is dag en nacht open.
An der nächsten Tankstelle müssen wir tanken.
Bij het volgende tankstation moeten we tanken.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een groot bord «Tankstelle» voor met brandstofpompen eronder.
Denk aan «tank» + «stelle» (plaats) = plek om de tank te vullen.
die (vrouwelijk): stel je een rode «die»-sticker op het bord van het station voor.
Opmerkingen
In Brits Engels is «petrol station» gebruikelijk; in Amerikaans Engels «gas station». Vaak afgekort tot «Tanke» in informeel Duits.