noun
moed
B1
Mut betekent ‘moed’ of ‘dapperheid’. Het is een abstract mannelijk zelfstandig naamwoord: der Mut; meervoud zelden gebruikt: die Mute. Verbuiging: des Mutes, dem Mut, den Mut. Vaak in uitdrukkingen als Mut haben en Mut fassen.
Voorbeelden
Es erfordert Mut, seine eigene Meinung zu sagen.
Het vergt moed om je eigen mening te uiten.
Die Eltern erinnerten den Sohn an seinen Mut, damit er die Prüfung bestehen konnte.
De ouders herinnerden de zoon aan zijn moed, zodat hij voor het examen kon slagen.
Es braucht viel Mut, um die Wahrheit zu sagen.
Het kost veel moed om de waarheid te zeggen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die op een klif staat en op het punt staat in zee te springen; dat vraagt moed.
Klinkt als «moot», maar denk: «mut» = moed — ergens voor opkomen.
Der (mannelijk): stel je een held met een cape voor met het label «der Mut» om het mannelijke lidwoord te onthouden.
Opmerkingen
Wordt in het Duits vaak gebruikt als een niet-telbaar zelfstandig naamwoord. Het meervoud is zeldzaam; idiomatische uitdrukkingen zijn onder andere «Mut fassen» (moed verzamelen). | Zelfstandig naamwoord alleen in het enkelvoud; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.