noun
tante
B1
Tante (v.) betekent ‘tante’: de zus van een ouder of soms van een partner. Een veelgebruikt vrouwelijk familiewoord. Meervoud: Tanten. Regelmatige verbuiging: die Tante, der Tante, enz. Geen vast voorzetsel.
Voorbeelden
Am Wochenende besuchte er seine Tante, weil sie verletzt war.
In het weekend bezocht hij zijn tante, omdat ze gewond was.
Meine Tante kommt am Sonntag zu Besuch.
Mijn tante komt zondag op bezoek.
Meine Tante aus Amerika kommt uns besuchen.
Mijn tante uit Amerika komt ons bezoeken.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een vriendelijke tante voor die zwaait en een naambordje draagt met ‘Tante’.
die — stel je de tante voor met een ‘die’-broche om het vrouwelijke geslacht te onthouden.
Opmerkingen
Basisfamiliewoordenschat. Het meervoud is « Tanten ». « Tante » is altijd vrouwelijk.