Fähigkeit

noun
vaardigheid, bekwaamheid, capaciteit
B1

Fähigkeit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘vaardigheid’, ‘bekwaamheid’ of ‘capaciteit’. Meervoud: Fähigkeiten. Veelgebruikte constructies zijn Fähigkeit, etwas zu tun en Fähigkeit zu + infinitief. Het woord gaat over talenten, vaardigheden en professionele competenties.

Voorbeelden

Sie hat die Fähigkeit, andere Menschen zu motivieren.
Zij heeft het vermogen om andere mensen te motiveren.
Sie hat die Fähigkeit, schnell zu lernen.
Zij heeft het vermogen om snel te leren.
Der Trainer förderte die Fähigkeit der Spieler, damit sie im nächsten Spiel bessere Leistungen zeigen konnten.
De trainer bevorderde het vermogen van de spelers, zodat ze in de volgende wedstrijd betere prestaties konden leveren.

Details

MeervoudFähigkeiten

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Fähigkeitdie Fähigkeiten
genitiveder Fähigkeitder Fähigkeiten
dativeder Fähigkeitden Fähigkeiten
accusativedie Fähigkeitdie Fähigkeiten

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een vlieger (–keit) voor die slimme trucjes doet om iemands vaardigheid te tonen.
👂Klinkt een beetje als «fey-hie-kaait» — stel je een vlieger voor die trucjes doet om «vaardigheid» te onthouden.
⚧️Vrouwelijk (die): stel je een vrouw (die) voor die een certificaat krijgt voor haar vaardigheid.

Opmerkingen

Meervoud: Fähigkeiten. Niet verwarren met «Fähre» (veerboot). Wordt vaak gebruikt in formele en alledaagse contexten om bekwaamheid of capaciteit te beschrijven.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek