adjective
laat
A1
spät betekent ‘laat’ of ‘te laat’. Het kan als bijvoeglijk naamwoord en als bijwoord gebruikt worden: attributief met uitgangen, predicatief onveranderd als spät. Vergelijking: später; overtreffende trap: am spätesten. Antoniem: früh. Veel in tijdsuitdrukkingen, zoals zu spät.
Voorbeelden
Der Bus fuhr, obwohl es für die Reisenden schon spät war, und viele waren müde.
De bus reed weg, hoewel het voor de reizigers al laat was, en velen waren moe.
Es ist sehr spät; wir sollten nach Hause gehen.
Het is erg laat; we zouden naar huis moeten gaan.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klok voor die een laat uur aangeeft om ‘spät’ te onthouden.
spaet klinkt als Engels ‘spate’ (veel later).
niet van toepassing op bijvoeglijke naamwoorden
Opmerkingen
De vergrotende en overtreffende trap zijn regelmatig (später, am spätesten).