noun
plezier, lol
A2
Spaß (de) betekent ‘plezier’, ‘lol’ of ‘vermaak’. Meervoud: Späße, met umlaut en -e. Genitief enkelvoud: des Spaßes. Veelgebruikte uitdrukkingen zijn viel Spaß en Spaß haben. Het meervoud is onregelmatig. Een heel gewoon woord in alledaagse taal.
Voorbeelden
Obwohl das Spiel nicht gewonnen wurde, hatten die Kinder viel Spaß, weil die Trainer freundlich waren.
Hoewel de wedstrijd niet werd gewonnen, hadden de kinderen veel plezier omdat de trainers vriendelijk waren.
Wir hatten viel Spaß.
We hebben veel plezier gehad.
Die Kinder haben viel Spaß im Freibad.
De kinderen hebben veel plezier in het openluchtzwembad.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een smiley voor met het label «Spaß».
der — denk aan «het plezier» (der Spaß) met een mannelijk lidwoordbeeld.
Opmerkingen
Zelfde betekenis als het lemma «Spass»; de spelling met «ß» is standaard in Duitsland.