Spaß

noun
plezier, lol
A2

Spaß (de) betekent ‘plezier’, ‘lol’ of ‘vermaak’. Meervoud: Späße, met umlaut en -e. Genitief enkelvoud: des Spaßes. Veelgebruikte uitdrukkingen zijn viel Spaß en Spaß haben. Het meervoud is onregelmatig. Een heel gewoon woord in alledaagse taal.

Voorbeelden

Obwohl das Spiel nicht gewonnen wurde, hatten die Kinder viel Spaß, weil die Trainer freundlich waren.
Hoewel de wedstrijd niet werd gewonnen, hadden de kinderen veel plezier omdat de trainers vriendelijk waren.
Wir hatten viel Spaß.
We hebben veel plezier gehad.
Die Kinder haben viel Spaß im Freibad.
De kinderen hebben veel plezier in het openluchtzwembad.

Details

MeervoudSpäße

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Spaßdie Späße
genitivedes Spaßesder Späße
dativedem Spaßden Späßen
accusativeden Spaßdie Späße

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een smiley voor met het label «Spaß».
⚧️der — denk aan «het plezier» (der Spaß) met een mannelijk lidwoordbeeld.

Opmerkingen

Zelfde betekenis als het lemma «Spass»; de spelling met «ß» is standaard in Duitsland.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek