adjective
punctueel, op tijd
A1
pünktlich betekent ‘punctueel’ of ‘op tijd’. Het is een gradabel bijvoeglijk naamwoord: pünktlicher, am pünktlichsten. Veelgebruikte combinaties: pünktlich sein en pünktlich zu + datief (bijv. pünktlich zur Arbeit). Vaak gebruikt bij afspraken, dienstregelingen en deadlines.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Zug kommt pünktlich an.
De trein komt op tijd aan.
Der Zug kam pünktlich an, obwohl vorher eine Verspätung erwartet wurde.
De trein kwam op tijd aan, hoewel eerder een vertraging werd verwacht.
Er ist immer pünktlich zur Arbeit.
Hij is altijd stipt op het werk.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een klok voor met een tik precies op het uur — alles is 'pünktlich'
Klinkt als 'punk tickle' — stel je een punctuele punk voor die op zijn horloge kijkt
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt zowel voor personen als voor gebeurtenissen gebruikt (bijv. pünktlich ankommen — op tijd aankomen). Vergelijkend: pünktlicher; overtreffend: am pünktlichsten.