adjective
lang
A1
lang betekent ‘lang’ in de zin van lengte of duur. Je gebruikt het voor een lang voorwerp of een lange periode. Het is een trapbaar bijvoeglijk naamwoord: langer, am längsten. Tegenovergestelde: kurz. Het wordt verbogen naar naamval, geslacht en getal.
Voorbeelden
Das ist ein langes Buch.
Dat is een lang boek.
Der Vortrag war lang, obwohl die Sprecherin den Inhalt kurz zusammenfassen sollte.
De lezing was lang, hoewel de spreekster de inhoud kort had moeten samenvatten.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een heel lang touw voor dat door een kamer loopt.
Klinkt als het Engelse ‘long’.
Opmerkingen
Gebruikt voor fysieke lengte en duur. In de vergrotende trap gebruik je ‘länger’, in de overtreffende trap ‘am längsten’.