adjective
laatste
A1
letzt betekent ‘laatste’ of ‘onlangs / het laatst’. Het verwijst naar het einde van een reeks of naar iets dat pas gebeurd is. Volgens de gegevens is het niet gradabel; als bijvoeglijk naamwoord krijgt het vormen als letzte, letzter, letztes. Ook zuletzt komt vaak voor.
Voorbeelden
Letzte Woche war ich krank.
Vorige week was ik ziek.
Das Ergebnis vom letzten Jahr überraschte die Firma, weil die Umsätze stark stiegen.
De uitkomst van vorig jaar verraste het bedrijf, omdat de omzet sterk steeg.
Details
Ezelsbruggetjes
Denk aan het laatste item in een rij — het allerlaatste.
doet denken aan het Engelse „last”.
Opmerkingen
„letzt” wordt vaak gebruikt in tijdsuitdrukkingen (letzte Woche). Wanneer het attributief wordt gebruikt, past de uitgang zich aan: „letzter/letzte/letztes”.