adjective
vroeg
A2
früh betekent ‘vroeg’ en kan als bijvoeglijk naamwoord én als bijwoord gebruikt worden. Vergelijking: früher, am frühesten. Tegenovergestelde: spät. Je gebruikt het voor tijdsaanduidingen, zoals früh aufstehen of früher Morgen.
Voorbeelden
Das Treffen begann früh, weil der Zug pünktlich eintraf.
De vergadering begon vroeg, omdat de trein op tijd aankwam.
Ich stehe früh auf, um zur Arbeit zu gehen.
Ik sta vroeg op om naar mijn werk te gaan.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een zonsopgang voor en iemand die vroeg opstaat om «früh» te onthouden.
Früh klinkt als «froeh» — denk aan «vóór de gebruikelijke tijd».
Opmerkingen
Geschreven met een umlaut (ü); in slugs wordt vaak «frueh» gebruikt.