früh

adjective
vroeg
A2

früh betekent ‘vroeg’ en kan als bijvoeglijk naamwoord én als bijwoord gebruikt worden. Vergelijking: früher, am frühesten. Tegenovergestelde: spät. Je gebruikt het voor tijdsaanduidingen, zoals früh aufstehen of früher Morgen.

Voorbeelden

Das Treffen begann früh, weil der Zug pünktlich eintraf.
De vergadering begon vroeg, omdat de trein op tijd aankwam.
Ich stehe früh auf, um zur Arbeit zu gehen.
Ik sta vroeg op om naar mijn werk te gaan.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapfrüher
Overschrijvende trapam frühesten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een zonsopgang voor en iemand die vroeg opstaat om «früh» te onthouden.
👂Früh klinkt als «froeh» — denk aan «vóór de gebruikelijke tijd».

Opmerkingen

Geschreven met een umlaut (ü); in slugs wordt vaak «frueh» gebruikt.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek