noun
jammer, spijt, leed
B1
Schade is een zeldzaam zelfstandig naamwoord met de betekenis ‘jammer’, ‘spijt’ of soms ‘schande’. Meestal hoor je het als uitroep: Schade! = ‘Wat jammer!’. Geslacht: mannelijk (der). Gewoonlijk geen meervoud. Als zelfstandig naamwoord wordt het regelmatig verbogen.
Voorbeelden
Schade, dass sie nicht kommen konnte.
Jammer dat ze niet kon komen.
Es ist schade, dass du nicht zur Party kommen kannst.
Het is jammer dat je niet naar het feest kunt komen.
Nachdem das Konzert abgesagt worden war, war es ein Schade für die Fans, weil sie schon Tickets gekauft hatten.
Nadat het concert was afgelast, was het jammer voor de fans, omdat ze al kaartjes hadden gekocht.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat iemand zijn schouders ophaalt en ‘Schade’ zegt met een meelevend gezicht.
Klinkt als Engels ‘shady’, maar denk aan ‘sad + eh’ = medelijden.
Der Schade — stel je een man voor die condoleances aanbiedt (der).
Opmerkingen
Als zelfstandig naamwoord is «der Schade» zeldzaam en enigszins literair; in modern gebruik is de tussenwerpsel/uitroep «Schade!» (bijv. «Schade, dass sie nicht kommen konnte.») veel gebruikelijker. Het zelfstandig naamwoord heeft in hedendaags gebruik geen gangbare meervoudsvorm. | Zelfstandig naamwoord alleen in het enkelvoud; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.