verb
schakelen, overschakelen, inschakelen
B1
schalten betekent ‘schakelen’, ‘inschakelen’ of ‘van versnelling veranderen’. Het is een regelmatig zwak werkwoord: voltooid deelwoord geschaltet, perfect met haben. Niet scheidbaar en niet wederkerig. Veel gebruikt in techniek, elektriciteit en verkeer.
Voorbeelden
Ich habe den Gang geschaltet.
Ik heb van versnelling geschakeld.
Ich schalte das Licht ein.
Ik doe het licht aan.
Kannst du das Licht schalten?
Kun je het licht aandoen?
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je een schakelaar omzet met een klikgeluid ‘schalt’.
Klinkt als ‘shalt’ + ‘en’ — denk aan het omzetten van een ‘shalt’ aan stroom.
N/A
Opmerkingen
Regelmatig zwak werkwoord. Vaak gebruikt met elektrische apparaten (schalten = schakelen, soms in samenstellingen zoals 'ein-/ausschalten' voor 'aan-/uitzetten').