noun
doos
B1
Schachtel (v.) betekent ‘doos’ of ‘doosje/etui’. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Schachtel. Meervoud: Schachteln, regelmatig met -n. Vaak in combinaties zoals eine Schachtel Zigaretten. Gewone vrouwelijke verbuiging, zonder onregelmatige meervoudsvorm.
Voorbeelden
In der Schachtel sind alte Fotos.
Er zitten oude foto's in de doos.
Als man die Schachtel öffnete, bemerkte die Kundin, dass ein Teil fehlte.
Toen ze de doos openden, merkte de klant op dat er een onderdeel ontbrak.
Die Schachtel ist voll mit Pralinen.
De doos zit vol chocolaatjes.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kleine kartonnen doos met een lint voor; de uitgang -el doet denken aan iets kleins (zoals «kleine doos»).
denk aan «shackle» — stel je een doos voor die vastzit als een shackle.
Die Schachtel — stel je het lint voor als een vrouwelijke strik (die).
Opmerkingen
Wordt meestal gebruikt voor kleine dozen (karton, cadeaudozen). «Schachtel» is een telbaar alledaags voorwerp; komt vaak voor in winkel- en verpakkingscontexten.