Schachtel

noun
doos
B1

Schachtel (v.) betekent ‘doos’ of ‘doosje/etui’. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Schachtel. Meervoud: Schachteln, regelmatig met -n. Vaak in combinaties zoals eine Schachtel Zigaretten. Gewone vrouwelijke verbuiging, zonder onregelmatige meervoudsvorm.

Voorbeelden

In der Schachtel sind alte Fotos.
Er zitten oude foto's in de doos.
Als man die Schachtel öffnete, bemerkte die Kundin, dass ein Teil fehlte.
Toen ze de doos openden, merkte de klant op dat er een onderdeel ontbrak.
Die Schachtel ist voll mit Pralinen.
De doos zit vol chocolaatjes.

Details

MeervoudSchachteln

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Schachteldie Schachteln
genitiveder Schachtelder Schachteln
dativeder Schachtelden Schachteln
accusativedie Schachteldie Schachteln

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een kleine kartonnen doos met een lint voor; de uitgang -el doet denken aan iets kleins (zoals «kleine doos»).
👂denk aan «shackle» — stel je een doos voor die vastzit als een shackle.
⚧️Die Schachtel — stel je het lint voor als een vrouwelijke strik (die).

Opmerkingen

Wordt meestal gebruikt voor kleine dozen (karton, cadeaudozen). «Schachtel» is een telbaar alledaags voorwerp; komt vaak voor in winkel- en verpakkingscontexten.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek