sauer

adjective
zuur, boos, chagrijnig
A2

Bijvoeglijk naamwoord met twee hoofdbetekenissen: ‘zuur’ van smaak en informeel ‘boos’ of ‘geïrriteerd’. Vergelijking: saurer, am sauersten. In de betekenis ‘boos’ vaak met auf: sauer auf jemanden sein. Tegenovergestelde: süß.

Voorbeelden

Die Zitrone schmeckt sehr sauer.
De citroen smaakt erg zuur.
Die Kunden waren sauer, weil das bestellte Essen nicht pünktlich geliefert wurde.
De klanten waren boos omdat het bestelde eten niet op tijd werd geleverd.
Er ist sauer, weil das Spiel verloren wurde.
Hij is boos omdat de wedstrijd verloren is.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapsaurer
Overschrijvende trapam sauersten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een citroen voor (zuur) die iemand boos doet fronsen.
👂klinkt als het Engelse ‘sour’ — dezelfde betekenis voor smaak.

Opmerkingen

Wordt zowel gebruikt voor smaak (zuur) als informeel voor iemand die geïrriteerd of van streek is.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek