noun
zin, reeks, verzameling
A1
Satz is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent vooral ‘zin’ of ‘uitspraak’, maar ook ‘set’ of ‘reeks’ afhankelijk van de context, bijvoorbeeld in sport. Meervoud: Sätze. Genitief: des Satzes. Het woord wordt regelmatig verbogen.
Voorbeelden
Dieser Satz ist zu lang und kompliziert.
Deze zin is te lang en ingewikkeld.
Die Mathematikerin betrachtete einen Satz von Zahlen.
De wiskundige bekeek een reeks getallen.
Der Satz in der Prüfung war sehr lang.
De zin op het examen was erg lang.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een rij woorden voor die eindigt met een punt — dat is een «Satz».
Klinkt als «sots» — denk aan een korte rij woorden.
der Satz — denk aan «der» als een stevige punt (mannelijk).
Opmerkingen
«Satz» betekent meestal «zin» in de grammatica en «verzameling/reeks» in de wiskunde. Meervoud is «Sätze» (met umlaut).