adjective
vol, verzadigd, tevreden
B1
satt betekent ‘verzadigd’, ‘vol’ of ‘niet meer hongerig’, en ook ‘tevreden’. Veelgebruikte combinatie: satt sein. Het is een gradabel bijvoeglijk naamwoord: satter, am sattesten. Meestal predicatief gebruikt.
Voorbeelden
Als das Abendessen vorbei war, waren die Kinder satt, sodass die Eltern die Reste wegräumten.
Toen het avondeten voorbij was, waren de kinderen vol, zodat de ouders de restjes opruimden.
Mit dem Ergebnis war er satt.
Hij was tevreden met het resultaat.
Ich bin nach dem Essen satt.
Ik ben vol na de maaltijd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een vol bord voor dat opzij wordt geschoven en een tevreden glimlach.
satt ~ sat — denk aan het Engelse ‘sat’: je ging zitten na het eten.
Opmerkingen
Wordt vooral gebruikt in de betekenis ‘vol’ na het eten. In sommige contexten kan het ook ‘tevreden’ of ‘voldaan’ betekenen (vaak literair of in vaste uitdrukkingen).