noun
telefoonnummer, contactnummer
B1
Rufnummer is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent „telefoonnummer” of „contactnummer”. Meervoud: Rufnummern. Veel gebruikt in formulieren en telefonische contexten, bijvoorbeeld Rufnummer angeben en unter der Rufnummer erreichbar sein. Gewone verbuiging.
Voorbeelden
Bitte geben Sie Ihre Rufnummer an.
Geef alstublieft uw telefoonnummer op.
Der Kunde nannte die Rufnummer, damit der Support die Bestellung verfolgen konnte.
De klant gaf het telefoonnummer zodat de support de bestelling kon volgen.
Unter welcher Rufnummer kann ich Sie erreichen?
Op welk telefoonnummer kan ik u bereiken?
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een telefoonscherm voor met een nummer dat is gelabeld als «Rufnummer».
Rufnummer — «ruf» klinkt als «roof», maar denk aan «ruf» = «oproep» (Duits «rufen» = bellen).
die = stel je een vrouwelijke contactkaart voor met het label «die Rufnummer».
Opmerkingen
Rufnummer is een formeel woord voor een telefoonnummer; vaak gebruikt in officiële formulieren en profielen.